|
Oprichting
De oprichting van HSV Alkmaar & Omstreken Het
begon allemaal bij
schoenmaker C. Janson in Alkmaar. Regelmatig trok hij met een jute zak
richting Koedijk om schoenen op te halen en weg te brengen. Hij maakte
dan van de gelegenheid gebruik om onderweg "een hengeltje uit te
gooien". De heer
H.F. Vleugel, die zijn schoenen bij Janson placht te
laten repareren, ging vaak samen met hem vissen. Het was op zo'n
vistochtje, dat een agent beide heren verbaliseerde wegens het snoeken
met een dreg. In die tijd werd namelijk veel gestroopt, waarbij met
grote dreggen snoeken in hun buik, rug of staart aangeslagen en uit het
water gerukt werden. Dat bovengenoemde heren heel "weidelijk" aan het
vissen waren, ging er bij die agent niet in. Voor hem was het stropen.
Janson en Vleugel hadden nog wel een vergunning om te vissen, gehaald
bij een beroepsvisser.
Toen de zaak voor de rechter kwam en in de pers verscheen, kwam het
onder de aandacht van de heer Misset uit Scheveningen , een
rechtskundig adviseur. Dit was hij ook al voor het toen al lang
bestaande Centraal Nederlands Hengelaars Verbond, het C.N.H.V. "De heer
Misset was een klein perkamentachtig mannetje, maar zo klein als hij
was, zo groot was zijn kennis en tijdens rechtszittingen toverde hij
het ene wetsartikel na het andere te voorschijn", aldus de heer
Vleugel. De zaak liep tot in de Hoge Raad en werd gewonnen!
Ondertussen had de heer Misset de aanzet gegeven tot het oprichten van
een afdeling "Alkmaar" van het C.N.H.V. De oprichtingsvergadering vond
plaats in cafe "Modern" van Frans Piet in de Langestraat in
aanwezigheid van tien lieden, die elkaar kenden van toevallige
ontmoetingen in de toenmalige hengelsportzaak van de heer C.J. Klugt in
de Hekelstraat. De officiele oprichtingsdatum is 19 september 1941. In
het begin bestonden de voornaamste activiteiten van de vereniging uit
het zoeken naar nieuwe leden. Eigen viswater had de vereniging niet en
vergunningen moest je halen bij onder andere de beroepsvissers. In de
oorlogsjaren viste men niet zozeer voor het genoegen. Er werd gevangen
om de vis op te eten. De materialen waren natuurlijk ook heel anders:
zware bamboe-
stokken, gevlochten lijnen of lijnen van Zwitserse zijde, desnoods
gebruikte men kettingkoord. En wat te denken van
onderlijnen van koperdraad of ijzeren kettinkjes. In 1946 vonden er al
baars- wedstrijden plaats en de opkomst was groot. Met honderdvijftig
vissers toog men op een oude schuit van een beurtschipper richting
Koedijk, haring en wittebrood in de knapzak. En dat er toen meer
gevangen werd dan tegenwoordig hoeft geen betoog.
De heer Vleugel was lange tijd het enige nog in leven zijnde lid die
nauw bij de oprichting betrokken is geweest. In 1981 werd hij dan ook,
ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan, tot lid van verdienste
benoemd. Ook bij de viering van het vijftig jarig bestaan in 1991
ontbrak hij niet. Ieder jaar was hij op de jaarvergadering aanwezig en
nam hij deel aan de bestuursdag. Helaas is hij in 1999 overleden, hij
was toen 58 jaar lid.
|